balk001stij01ill01 ‘Ik wil mijn nagels laten doen en moet naar de kapper klootzak!’

Deel 3.

In het leven zijn er altijd aanwijzingen dat het bergafwaarts gaat. In sommige gevallen gaat het om dingen die je al van mijlenver aan ziet aankomen, zoals de verstokte roker die van de dokter te horen heeft gekregen dat hij moet stoppen om een hartinfarct of emfyseem te voorkomen. Mijn aanwijzingen lagen bij de post, maar ik zag ze niet.
Als ik wakker werd in die stad, de gordijnen voorzichtig open schoof om het licht binnen te laten, dan wist ik zeker dat ik Vlaming was geworden.
Als ik door het centrum met schilderijen sleepte, ze nonchalant in een brasserie tegen de muur neerzette, aan een tafel plaatsnam en in redelijk Frans mijn bestelling liet opnemen, wist ik het zeker.
Steeds vaker kwam ik Mario tegen, of steeds vaker kwam Mario mij tegen; op hoeken van straten, in stegen, op drukke pleinen zag ik hem lopen in zijn houtjetouwtjejas, zijn rug recht, zijn suède schoenen onder de vetvlekken van zijn vele schranspartijen.
Vaak was hij aan de telefoon en groette me met een vriendschappelijk klopje op mijn schouder of borst. Op een middag schreeuwde hij over de Grote Markt -terwijl ik net Neuhaus* verliet- ‘Daar is hij! Mijn favoriete Vlaming!’
Ik dacht aan Joe Buck en Enrico Rizzo uit Midnight Cowboy*.
Joe Buck kwam uit Texas en ging zijn geluk zoeken in New York. Hij kwam Enrico Rizzo tegen, en vanaf dat moment ging alles bergafwaarts. Enrico Rizzo was Joe Buck’s hartinfarct en longemfyseem in een.
Terwijl ik mijn huis langzaamaan inrichtte met de kunst en meubels die ik toch al niet van plan was te verkopen werd ik opeens bang dat ik mijn eigen graf aan het graven was, dat het allemaal veel te gemakkelijk ging.
Thuis in Amsterdam werd iets van mij verwacht, kende vrijwel iedereen mij en wist iedereen van alles en nog wat over mij te vertellen. In Brussel was ik een nieuweling, iemand zonder een bekende achtergrond. Toen ik vanuit een cafetaria in het Noord station naar de reizigers keek wist ik opeens zeker dat je jezelf zou kunnen laten worden wie je maar wilde zijn, dat Hermans ongelijk had als hij zei dat je altijd terug zou keren naar het land waar je moeder of vader vandaan kwam. Ik wist opeens zeker dat het mogelijk was alle banden te verbreken en opnieuw te beginnen op een andere plek.

‘Maar je komt toch wel terug?’ vroeg ze.
‘Natuurlijk kom ik terug, ik weet alleen nog niet wanneer.’
‘En blijf je in het Metropole?’
‘Ik blijf in het Metropole.’
‘Dus als ik je nu bel, in het Metropole, dan kunnen ze me wel doorverbinden?’

Omdat ik weinig meer om handen had dan het inrichten van mijn huis begon ik Hermans te herlezen, ik begon met De donkere kamer van Damocles, het boek wat ik op de middelbare school tijdens de les las, het boek dat uit de boekenkast van mijn moeder kwam en waar zowel haar naam, als die van mijn grootmoeder op het voorblad stond. Eronder een stempel waarop stond:

David Manos Pefko
Directeur van een Radiozender

Ik gooide het boek in de open haard en stond de volgende morgen vroeg op om ergens in de stad een nieuw exemplaar te vinden, een zonder geschiedenis.
De verkoper in de boekhandel kende Willem Frederik Hermans wel, maar had geen boeken voorradig, er was weinig vraag meer naar ze.
Ik vertelde over het verhaal ‘de laatste Roker’ en hoe actueel dat verhaal weer was geworden nu het rookverbod in de horeca zou worden ingevoerd. Ik vertelde over zijn meesterschap, over zijn kunst om werkelijke fictie te schrijven zoals niemand dat kon.
‘Ik zou u graag helpen, maar ik kan u niet helpen,’ zei ze.

Op de terugweg liep ik langs een delicatessenzaak en kocht wijn en brood en verschillende kaasjes die mij stuk voor stuk aangeprezen werden met een elegant handgebaar door een verkoper die een heel mal wit hoedje droeg. ‘U zult deze kaasjes zeer kunnen waarderen,’ zei hij terwijl ze in papier werden gewikkeld.
Ik bedacht me dat Hermans hier kaasjes had gekocht, of zijn vrouw Emmy, want zijn appartement lag om de hoek.

De weken daarna begon Hotel Metropole mij te bellen. Na een week besloot ik dat ik niet meer op moest nemen met mijn eigen naam maar een naam moest verzinnen die beter bij mijn nieuwe identiteit zou passen, en die naam vond ik tussen de post die altijd verkeerd bezorgd werd: Guy de Brouckère, een naam die mij klonk als grap, maar in Brussel zeker serieus genomen zou worden. Ook paste ik mijn accent aan, ik wilde zelfs zo ver gaan om mijn uiterlijk naar Guy de Brouckère te schapen, maar ik had geen idee hoe de man eruit zag.
Mijn vriendin liet elke dag berichten achter bij de balie van Hotel Metropole, sommige berichten waren noodkreten, sommige scheldpartijen die ik van het papier tot mij nam. Het laatste bericht was:

“Ik wil mijn nagels laten doen en moet naar de kapper klootzak!”

Toen ik mijn haar min of meer naar meneer de Brouckère had laten modelleren in een ouderwetse kapsalon voor heren, kwam ik Mario weer tegen. Hij droeg een leren jas en cowboy laarzen, was ongeschoren en ik zag dat hij een paar wonden op zijn gezicht had. ‘Ik heb een ongeluk gehad,’ begon hij, ‘ik heb een ongeluk gehad in de metro, en nu denk ik er over om een tijdje naar Antwerpen te gaan.’
Ik vroeg me geen moment af waarom je na een ongeluk in de metro de stad zou verlaten. Ik was immers Guy de Brouckère in wording; een man die overal begrip voor had, een man uit een zeer voorname familie van kunstverzamelaars.
‘Wij zien elkaar heel snel, mijn nummer blijft hetzelfde, en als ik mijn nummer verander krijg je het wel,’ zei hij en verdween in het gat van de metro.

Zelfs mijn stem had een verandering doorgemaakt, ik oefende onder de douche mijn Frans, omdat ik aannam dat Guy de Brouckère tweetalig was opgevoed, ik creëerde zijn achtergrond, zijn jeugd stond me heel duidelijk voor ogen, het was een martelgang geweest, het was een periode die Guy snel had willen vergeten. Het had hem al op jeugdige leeftijd oud gemaakt.

De brieven die ik ontving stapelden zich op, omdat mijn nieuwe identiteit zo vertrouwd aanvoelde besloot ik ze na enkele weken te openen en zag toen hoe mijn droom aan diggelen werd geslagen.
Want Guy de Brouckère woonde op hetzelfde adres als ik, Guy had een bankrekening waar al enkele maanden geld van werd opgenomen in verschillende plaatsen in de wereld, De Brouckère had zijn zaken zeer goed geregeld, doordat hij blijkbaar aan een stuk door reisde liet hij tal van doorlopende vaste lasten periodiek van zijn rekening boeken, de feiten logen er niet om: Guy bestond, en betaalde mijn gas en licht, de brand en inbraak verzekering, ja zelfs de schoonmaker die een keer per week de vloer kwam dweilen en de kranen voor hem liet glanzen.

Mario nam niet meer op, zijn voicemail was drietalig, zijn stem steeds anders.
Ik dacht weer aan Midnight Cowboy* en hoe Joe Buck door New York liep, opzoek naar  Enrico Rizzo. Ik besloot thuis te blijven en de gordijnen te sluiten.

Na een week zag ik vanachter het raam een grote blauwe auto de straat in rijden, ik herkende het corps diplomatiqueplaatje naast het nummerbord.
Uit de auto kroop een meneer in een lange jas, zijn haar was net zo gekapt als mijn haar viel me op. ‘Nu gaat het beginnen,’ mompelde ik en ademde tegen de ruiten, schreef dingen in de condens en veegde ze weer uit.
Ik liep in een kamerjas met blauwwitte strepen.
Guy zei: ‘Wie bent u, wie bent u?’ en liet zijn koffers vallen.
‘Er is een misverstand meneer de Brouckère, ik wil het u allemaal uitleggen, maar u moet niet boos worden,’ zei ik.
Hij was veel kleiner dan ik, hij droeg een klein brilletje en zag er vrij exotisch uit.
‘Dit is ongehoord, wat doen al deze dingen in mijn appartement, wat is uw naam?’ vroeg hij terwijl hij rondjes door de woonkamer liep. ‘Wat is hier aan de hand!’
Ik vertelde hem over Mario, en over mijn transformatie tot Vlaming, ik gaf hem mijn visitekaartje, een gebaar dat hem geruststelde, want hij zakte neer op een van zijn banken. ‘Ik sta perplex,’ mompelde hij terwijl hij mijn kaartje bestudeerde, ‘Mario zei u?’
Ik knikte en Guy schudde langdurig zijn hoofd, en ik keek naar zijn korte nek en zijn gestreepte kousen, bedacht me dat ik niet op die kousen zou zijn gekomen.
‘Mario is de schoonmaker meneer Pefko, ik ben heel erg kwaad nu!’
Ik vertelde Guy zo gedetailleerd en rustig mogelijk alle informatie die ik had, want hij zag eruit als een control freak, een man die het zelfs niet zou overleven tijdens een onverwachte regenbui.  ‘Ik verzoek u te vertrekken uit mijn appartement,’ mompelde hij en gebaarde naar de deur.
‘Mag ik me aankleden?’
‘Ik ga in het Metropole zitten, ik ben hier morgen terug en dan is het hier weer leeg en schoon, heeft u dat begrepen?’
Ik knikte en dacht: ‘Ik ben u.’

Ik pakte mijn koffers en liet alle kunst naar het Metropole verhuizen, ik dweilde de vloeren en poetste de gang, continu werd er gebeld door de Brouckère die vanuit kamer 137 de boel onder controle probeerde te houden. ‘Ik heb dit nog nooit meegemaakt, ik sta perplex meneer Pefko!’ riep hij elke keer als ik de telefoon opnam.
Tijdens de overdracht van de sleutels aten we samen in de brasserie van het hotel, ik kreeg geen hap door mijn keel, maar Guy at alsof hij tijdens zijn reizen honger had geleden. ‘Ik ben consul, ik ben een voornaam man, dit soort dingen horen mij niet te gebeuren,’ zei hij.

Die middag nog vertrok ik naar Amsterdam met een taxi, de paar schilderijen die ik meenam stonden achterin.
‘Zakenreis?’ vroeg de taxichauffeur.
‘Ik ben consul, ik heet Guy de Brouckère,’ zei ik.
‘Dat is frappant, net als het plein!’ zei de taxichauffeur.
Ergens tussen twee Nederlandse steden kwam ik er achter dat ik mijn handschoenen had vergeten in de lobby van het hotel.
Toen dacht ik aan Ossewoudt en aan Guy, aan Mario, en uiteindelijk aan mezelf.

Noten voor iedereen:

*Midnight Cowboy is een film van John Schlesinger uit 1969, Joe Buck wordt gespeeld door Jon Voight en Enrico ‘Ratzo’ Rizzo door Dustin Hoffman.
*Neuhaus is een chocolaterie aan de Grote Markt in Brussel. De chocolaterie is 150 jaar oud.

Voor deel 1 klik hier., voor deel 2, hier

34 Reacties

  1. Hier verheug ik me nou op!

    Komt er een aftelling?? Kun je me laten weten wanneer dat is?

  2. Ik zit er klaar voor.

    Erg mooie foto trouwens.

  3. U Snapt het, een ‘delay’…

  4. Ik ben zeer benieuwd!

  5. @ Lais,

    Ik bemin u.

  6. Dit is waarop ik gehoopt had, dit is de beste afsluiting denkbaar!

    Hulde!

  7. Dit is prachtig, en eigenlijk jammer dat je het niet in een tijdschrift publiceert David.
    Guy de Brouckere spreekt tot de verbeelding!

    Inderdaad, zoals Erol als schreef: ‘Hulde’

    Besef je dat je een trouwe groep lezers hebt zoals je kunt zien?

    groet,

    Manon

  8. Manon heeft gelijk (kijk Manon, ook ik geef mensen gelijk!) dit zou niet misstaan in een tijdschrift.
    Ik weet dat u een romanticus bent, maar mag ik het fijne weten van deze beminning van hierboven?
    Het wordt steeds “steviger” deze blog, en inderdaad heb je een trouwe fan club…(maar ik ben de trouwste toch ;) )

  9. Erg mooi, David.

  10. @ Erol,

    Dank!

    @ Manon,

    Dank, het is me niet ontgaan nee, heb ik nu een verantwoordelijke functie? :)

    @ Bambis,
    Over Lais zal ik je nog wel vertellen, en inderdaad, ik bemin haar zeer, vooral omdat ze mijn geliefde is. Dat gaat in het beste geval samen. Al vraag ik me af of men dat tegenwoordig überhaupt nog wel snapt. Snap jij het bijvoorbeeld?
    Dat je me een romanticus noemt vind ik een groot compliment.

    @ Emma,

    Dank!

  11. Zeer fraai geschreven, een schrijfstijl die maar in mijn hoofd blijft hangen en zeuren om aandacht.

  12. Beste David,

    Kun je mij vertellen wie deze foto heeft gemaakt?
    Krijg je trouwens sponsorgelden van Hotel Metropole in Brussel of is er iets anders aan de hand.
    Voor de rest: geweldig einde van een prachtige reeks.

  13. @ Hans,

    Hartelijk dank!

    @ Gregor,

    De foto is van fotograaf van Acker.

    Ik heb nog nooit een cent van hotel Metropole gezien, ik heb ze alleen maar geld gebracht.

  14. David,

    Ik bemin mijn vrouw, al 20 jaar. Ik denk dat ik heel goed weet hoe het is om te beminnen.
    Ik bemin ook de zon hier, maar toch vooral mijn vrouw.

  15. En vertel me over Lais, maar niet hier gaarne, vertel het me als antwoord op de mail die ik je net gezonden heb.

  16. Bambis,

    Ik denk wel eens dat je hier vooral post om jezelf te promoten.

    Manon

  17. @ Manon,

    Ik denk dat juist Bambis de enige is die dat niet doet.

  18. Prachtig verhaal!

  19. Een bijzondere blog dit, ik kwam hier bij toeval en ben verbaasd dat ik dit nog nooit gezien heb.
    Ik vind ook uw foto keuze vrijwel in elk onderwerp fantastisch!

    Chris

  20. @ Veerle & Chris,

    Dank!

  21. Manon,

    Er is toch een bepaalde aantrekkingskracht tussen ons beiden, dat kun je toch niet ontkennen?
    Ik promoot niets of niemand, ik reageer alleen omdat ik het leuk vind te reageren, zoals je ziet gebruik ik geen link naar een eigen website, of draag ik op een andere plek op het internet een bepaalde mening uit, nee, niets van dat al.
    Ik hoop dat je begrip hebt voor mijn uitleg, maar ik twijfel daar geen moment aan, aangezien jij je hevig tot mij voelt aangetrokken natuurlijk.

    lieve groet,

    Bambis

  22. @ Bambis,

    Heb je er over nagedacht dat het op deze manier heel moeilijk is voor andere mensen om te reageren?

  23. Een bijzonder mooi vervolgverhaal is dit geworden.

    Wat Chris schrijft is helemaal waar, je hebt niet alleen een schrijftalent, maar ook een talent om de juiste foto’s of afbeeldingen bij de teksten te plaatsen.

    Fodor

  24. PS

    En David, ik ben even niet geweest en heb misschien niet opgelet, maar Lais? Is het te delen of is het prive?

    Fodor

  25. Het is tot op een zekere hoogte te delen ;)

  26. Het begint hier een smeuig geheel te worden :)

  27. @ David,

    Ik zal mijn best doen on on-topic te blijven.
    Wat Fodor FFP zegt is helemaal waar, de foto’s zijn altijd even mooi en goed.

  28. @ Fodor,

    Ik heb je lang niet gesproken, maar zal je mailen. Er zijn geen geheimen, wel prive natuurlijk.

    @ Lais,

    :) :)

    @ Manon,

    Ik vind het woord Smeuïg niet zo mooi, maar inderdaad; deze blog is smeuïg.

    @ Bambis,

    Dank, ik lig altijd krom voor de foto’s, dat snap je wel.

  29. Dan ga ik maar weer eens ON-Topic:

    Een prachtig slotdeel en inderdaad voer voor een tijdschrift.

    @ David..Je bent vergeten te vermelden wie deze foto heeft gemaakt.

  30. @ David..Pardon! Ik keek niet goed. (over de foto)

    Is deze meneer Guy de Brouckere een bestaand persoon of is hij fictief?

  31. @ Zeb,

    Deze persoon bestaat.

  32. Mooi verhaal!

  33. Deze serie over Brussel en WF Hermans is prachtig, en ook het verhaal over uw verjaardag, de tangodanser en de brief aan onze nieuwe dichter des vaderlands zijn geweldig goed, maar wat ik echt jammer vind is dat het heel moeilijk lijkt om hier een reactie te geven omdat er al een groep mensen is die reacties geven en die onderling blijkbaar ruziën, romances laten ontstaan en heuse huwelijken afdwingen.

    Ik reageer omdat ik u wil vertellen hoe mooi ik de werken vind.
    Ik zou graag een e-mail van u ontvangen over uw debuut.

  34. @ Pjotr,

    Dat ruziën valt heel erg mee, en er is slechts een beetje in de richting van een mogelijk huwelijk gestuurd tussen twee posters. Dank voor je compliment, en ik stuur een e-mail.

    Heb je zelf trouwplannen?


Plaats een reactie

*
*