Skip navigation

Tag Archives: Christine Baskets

la-et-vn-louie-anderson-christine-baskets-20160426

Toen ik kind was, speelde ik graag toneel. Ik deed dat op school, maar ook thuis. Mijn moeder moedigde het altijd aan, misschien in de hoop dat ik ooit een groot acteur zou worden.
Op een dag stond er een vuilniszak in de gang. In die zak zaten de kleren van een overleden buurvrouw van mijn grootmoeder. Mijn grootmoeder is zo iemand die alles pakt wat ze pakken kan, maar met de zak vol mantelpakjes, huidkleurige kousen en ouderwetse hoedjes, had ze zich geen raad geweten; het was haar smaak niet, en daarnaast ze waren van een dode.
Op een middag trok ik me terug in mijn kamer en verkleedde me zeer secuur als de buurvrouw van mijn grootmoeder. Ik had haar een paar keer ontmoet bij mijn grootmoeder thuis en ik had al snel gezien dat het een nare, gierige vrouw was die niet van kinderen hield. Daar kwam nog eens bij dat in de flat van mijn grootmoeder het verhaal de ronde deed dat de buurvrouw drie echtgenoten had vermoord en nu teerde op drie flinke pensioenen. Dat was vast niet waar, maar de kleren zaten me des te lekkerder.
Toen ik in haar kousen, haar mantelpak en een hoedje, mijn lippen gestift met de lippenstift van mijn moeder, de huiskamer inliep en meteen begon te praten met de stem van de overleden vrouw – krasserig maar donker door de twee pakjes sigaretten die ze rookte – moest iedereen natuurlijk lachen.
Zolang ik me kan herinneren heb ik altijd goed op de mensen in mijn omgeving gelet. Hoe ze bewogen, hoe ze praatte, alles onthield ik. Dat ik de buurvrouw van mijn grootmoeder begon te spelen kwam gewoonweg omdat de kledingstukken voorhanden waren, met als gevolg dat ik me gedurende mijn jeugd beschamend vaak verkleed als mevrouw Roctus, zoals het mens heette. Ik praatte dan met haar stem, nam denkbeeldige trekjes van een sigaret, was openlijk gierig en had zichtbaar wat op mijn geweten.
Het was eigenlijk niet veel meer dan een clowns-act, en een zeer succesvolle, want ik genoot van het gelach van mijn familie dat al begon als ze vanuit de gang mijn veel te grote pumps hoorden tikken op de vloer.

151735-full

Een van de meest getalenteerde komieken en televisiemakers van deze tijd, Louis Székely, beter bekend als Louis CK, bracht in 2016 in samenwerking met Zach Galiafianakis (bekend van het absurdistische interview programma Between two ferns en het wanstaltige The Hangover 1, 2 en 3, geliefde films onder middelbare mannen met een zeer laag IQ) een tragikomische serie uit die Baskets heette. Baskets gaat in eerste instantie over Chip Baskets, een jongen uit Bakersfield, California, die clown wil worden. Niet zomaar een clown, maar een serieuze clown. Hij gaat naar Parijs, begint aan een prestigieuze clownsopleiding maar word verliefd op een française die niet verliefd op hem is, maar wel met hem trouwt om een Greencard te kunnen krijgen in Amerika. Alles mislukt, ze gaan uit elkaar en Chip moet een baan gaan zoeken in zijn geboorteplaats.
Het gegeven van een mislukte clown met een gestrand huwelijk is natuurlijk een mager thema voor een televisieserie met meerdere seizoenen en ook de introductie van de tweelingbroer die Chip (uiteraard ook gespeeld door Galifianakis) lost daar weinig aan op, maar er is iets dat Baskets hoe dan ook tot een van de mooiste series heeft gemaakt die ik in de afgelopen jaren heb gezien, namelijk: Christine Baskets, de moeder van Chip en zijn tweelingbroer. Als u de serie nog niet gezien heeft: herhaal die naam eens en probeer te bedenken wat voor een vrouw dat moet zijn. Christine Baskets. Het klinkt als iemand van formaat, een beschermende, stevige, recht-voor-zijn-raap-moeder.
Het eerste moment dat Christine in beeld komt is halverwege de eerste aflevering, als Chip na een auto ongeval een lift heeft gekregen van een monotoon pratende autoverzekering agente die de hele serie met een arm in het gips loopt (in wisselende kleuren) en bij zijn moeder langsgaat voor onderdak.

basketspefko

‘You seem like a nice girl, Martha,’ zijn haar eerste woorden tegen de vrouw die haar zoon heeft meegebracht. Hoe ze daar veilig staat, achter haar aanrecht, glimlachend met een flesje vitamin-water in haar hand, hoopvol en tegelijk sceptisch over haar mogelijk aanstaande schoondochter, gaat op een manier zoals alleen een moeder dat kan doen.
Het verhaal gaat dat Louis CK en Zach Galifianakis, de schrijvers van de serie, in hun zoektocht naar een passende actrice voor de moeder voor de tweeling, nergens konden vinden wat ze zochten. De stem van de moeder had Galifianakis heel duidelijk voor ogen: een lijdzame, lijzige en tegelijk zangerige stem, en toen hij die stem voordeed aan de vergadertafel, schijnt Louis CK gezegd te hebben: ‘Bedoel je Louie Anderson?’
Hoewel Anderson dus een man is, werd hij door Louis CK gebeld voor de rol van moeder van de tweeling. Anderson hoefde er geen moment over te denken en stemde meteen in. Louie Anderson is een 64 jarige komiek. Hij staat bekend om zijn atypische uiterlijk. Hij is niet alleen dik, hij is ook nog eens ongelukkig gebouwd, heeft een gigantisch hoofd en een gigantische spleet tussen zijn tanden. Het is een onzekere, warme, maar kwetsbare man, vol zelfspot en nooit overwonnen schaamte. Zijn stand-up is intelligent en verfijnd, maar ook een beetje beperkt.
Naast dat afwijkende uiterlijk heeft Anderson ook nog een aparte stem. Zalvend, zwaar en iel tegelijk, soms op het zeikerige of honende af. Een beetje een kruising tussen een brombeer en een speenvarken. Hij boekte vanaf de jaren tachtig veel succes met dat uiterlijk, het werd zijn gereedschap en dus de basis van veel van zijn grappen, maar het is tegelijk ook zo’n man waaraan je aan alles ziet dat zijn uiterlijk hem zijn hele leven enorm in de weg heeft gestaan

Wat maakt de rol van Louie Anderson als vrouw nu zo geweldig en zo totaal anders dan in al het voorgaande dat ik ooit gezien heb op dit gebied? Nou, alles. Allereerst was Christine Baskets al snel de enige reden waarom ik überhaupt nog naar Baskets keek. In het eerste seizoen was ze nog redelijk op de achtergrond, vaak in de keuken bezig, soms heel even in de supermarkt te zien, en speelde Anderson de rol van de overenthousiaste en aan eten verslaafde moeder die het beste met haar kinderen voor heeft. De nadruk in dat seizoen lag voornamelijk op het verhaal van Chip Baskets, een rol die Zach Galifianakis met zichtbaar plezier speelde, en niet op de komiek die zich verkleed had als vrouw.
Ik weet nog hoe ik gedurende dat eerste seizoen elke keer verbluft was als ik de moeder in beeld zag komen. Het voelde tegelijk ongemakkelijk, daar onder de make-up en een pruik Louie Anderson te zien. De stukken waarin Christine zat waren grappig, slapstick, gingen over haar overmatige eten, dieetpogingen en haar passie voor Costco supermarkt aanbiedingen. Maar in het tweede seizoen, dat qua verhaal absoluut saaier is dan het eerste, viel er opeens niets meer te lachen en werd het bloedserieus. Ik begon iedereen rondom Christine Baskets te vergeten en verlangde stilletjes alleen nog maar naar de scenes waarin Anderson inmiddels een vrouw neerzette waar je absoluut geen moment aan twijfelde en ook letterlijk niet omheen kon. Geen stereotype zoals al zo vaak gedaan, maar een échte vrouw. Elke beweging, elke oogopslag, alles oogde even perfect en natuurlijk. En het ging nóg een stapje verder: ik vergat dat Christine Baskets gespeeld werd door Louie Anderson, door een man.

Baskets_4314-1024x680

Eén blik op Christine met een rolkoffer, een zonnebril op haar neus, zuchtend in een lift in een hotel is genoeg om te begrijpen wat ik bedoel. Zie haar in een badpak door een zwembad ploeteren en begrijp dat dit echt is. Zie haar zoenen met een nieuwe liefde en vind geen spoor meer terug van de komiek die ongemakkelijk bewegend op een toneel staat te zweten. Het is in het tweede seizoen ook duidelijk te merken dat de makers van Baskets ook hebben opgemerkt wat een waanzinnige prestatie Anderson neerzette. Christine komt steeds meer op de voorgrond, en al snel beginnen alle andere personages te verbleken en dat gaat op een manier alsof ze letterlijk plaatsmaken voor haar, voor haar verhaal.
Ik zocht naar recente interviews met Anderson, en vond een filmpje uit een talkshow, waar hij in een veel te krappe fauteuil, een veel te klein pak, met een stropdas waar hij ongemakkelijk aan plukt, vertelt over de band met zijn moeder. Hij huilt nog net niet als hij erover praat. Anderson was heel gek op haar en toen hij gevraagd werd om de rol te vertolken in Baskets besloot hij naar eigen zeggen gewoonweg haar te spelen. Haar stem gebruikte hij al dertig jaar in zijn stand up, maar ook in zijn privéleven was die stem altijd en overal aanwezig. In het interview doet hij voor hoe hij zichzelf in een restaurant met de jammerlijke stem zijn moeder verzekerd van extra brood met boter, nog voor hij aan de tafel gaat zitten.
Voor Anderson was er niet veel meer nodig dan een pruik, kleren, make up en een goede reden om zijn moeder ook daadwerkelijk te worden. Het was geen naspelen meer, het was haar zíjn. De komiek verteld in een ander interview hoe hij op de set van Baskets Christine genoemd wilde worden, dat hij op de deur van zijn kleedkamer zijn naam liet weghalen en vervangen voor die van Christine.
Op een van de eerste draaidagen keek hij naar zichzelf in de spiegel toen zijn lippen gestift waren. Hij tuitte zijn mond en was trots, zag misschien voor het eerst dat hij mooi was; dat Louie Anderson van de aardbodem was verdwenen.

Net zoals Louie Anderson zichzelf graag wilde laten verdwijnen in Baskets, of Zach Galifianakis die een hele televisie serie aangaat om eindelijk eens langdurig in een overdadig clownspak te kunnen lopen, zo wilde ik als kind het liefste tijdelijk iemand anders kunnen zijn. Hoe completer de vermomming, hoe groter de verwijdering tot mezelf was. Ik deed dat helemaal niet in het geheim, mijn familie speelde meestal mee. Op mijn twaalfde nam mijn grootmoeder me een paar dagen mee naar Parijs. Ik had er geen zin in, om met mijn grootmoeder op stap te gaan. Ik dacht aan tergend langzaam moeten dineren en vervelende bezoeken aan warenhuizen, dus heb ik daar vier dagen lang een jongen met het syndroom van down gespeeld die nergens naar binnen kon, die het liftje en niet de trappen naar de Sacre Coeur moest nemen. Ik hield vol, met het kwijl op mijn jas, met mijn linkerarm continu spastisch naar achteren gestoken en voerde een loopje uit dat me werkelijk moeite koste. Het stopte ook niet bij het dichttrekken van de hotelkamer. Bij het slapengaan en het ontwaken bleef ik de jongen die ik Joep had genoemd en mijn grootmoeder sprak me ook op die manier aan, ze vond het prachtig. Het waren lichamelijk gezien slopende dagen voor mij, zo raar bewegen, zo moeilijk praten. Ik herinner me zelfs de spierpijn nog die ik na afloop had, maar toch voelde het als geslaagd.
Tegenwoordig heb laat ik de verkleedpartijen achterwege, maar genezen ben ik zeker nog niet. In het spel wat ik tegenwoordig speel, wat goddank niemand anders dan mijn naasten ooit zullen zien, glij ik moeiteloos in een personage zonder me daarvoor helemaal te hoeven transformeren. Misschien omdat ik er zo jong mee ben begonnen, of omdat ik inmiddels personages kies die dichter bij mezelf liggen zodat er minder te verkleden valt.
Een absolute favoriet van mij is een plat Amsterdams pratende man die ik Jan heb genoemd. Jan is negenenveertig, is een rauwe door de wol geverfde klaploper met wat men noemt ‘een te groot hart’. Jan houdt altijd verhalen op – hij beweerd onder andere de hele stad te bezitten, alle gebouwen zijn van hem – en zit ondanks zijn geveinsde succes altijd in de problemen. Daar komt bij dat hij voor zijn vriendin moet zorgen die aan vroege Alzheimer lijdt. Ze draagt hem op handen en zegt zijn woorden blind te geloven, wat bij Jan weer tot ergernis zorgt, want hij weet zelf dondersgoed dat het allemaal klinkklare onzin is.
Mijn eigen vriendin vertolkt de rol van Jan’s vriendin al vanaf het begin dat Jan verscheen, nu bijna twee jaar geleden. Zo nu en dan sta ik er alleen voor, als ze er even geen zin in heeft. Ik mompel dan als Jan staande voor het raam, maak de handbewegingen richting de stad die van hem is, werp de juiste blikken door de kamer, noem voorbijgangers bijchochems, allemaal om haar weer in het spel te kunnen trekken. Als dat dan lukt, en ik de krakerige stem van Jan’s dementerende vriendin hoor, dan voel ik me zielsgelukkig.
Ik zei eens tegen mijn vriendin dat ik de behoefte vooral voel als ik me stierlijk verveel, waarop zij in haar rol als vriendin van Jan riep dat ik knettergek ben. Natuurlijk weet ik dat in al die mensen die ik speel juist iets van mezelf zit wat er op een andere manier misschien nooit uit zou komen, en dat geeft me lucht.
Er is één uitzondering: Als mijn moeder op vrijdagen op onze anderhalf jaar oude zoon komt passen, doe niet ik de deur voor haar open, maar een racistische, zwakzinnige schoonmaakster met een oorlogstrauma die ik al twee decennia voor haar speel. Een Scheveningse vrouw die loenst, die moeilijk loopt en het altijd over haar weggelopen echtgenoot en haar bewondering voor Adolf Hitler heeft. Ik heb die schoonmaakster maar één keer in mijn leven gezien, toen ik tien was en ik bij een schoolvriendje over de vloer kwam. Ze liep opvallend raar, ze zei iets over haar ex en begon daarna uit het niets opeens over Adolf Hitler, die ze een ‘man van zijn woord’ noemde. Ze loenste, ze praatte met consumptie en haar bril besloeg door het warme sop in de emmer aan haar voeten.
Hoe onbenullig ook, dat ene moment, die halve ontmoeting, bleek genoeg voor misschien wel een heel leven te zijn.
‘Hallo Neel,’ zegt mijn moeder dan met een Duits accent in de deuropening, ‘hoe is het meissie?’

Baskets, FX 2016-2017

Advertenties