Skip navigation

Tag Archives: fooi

Drie weken geleden bestelde ik een roti pittig gehakt met een extra pannenkoek bij een bezorgrestaurant in de Amsterdamse Zeilstraat. Al zeker sinds mijn zevende is mijn voltallige familie daar klant, al moet ik er wel even bij zeggen dat ik sommige familieleden niet meetel als familie, omdat ze zich de laatste jaren als schoften hebben gedragen.
Mijn broertje is grootaandeelhouder en mijn grootmoeder heeft via dit restaurant de Surinaamse keuken leren kennen en waarderen.
Ik ben niet zo gek op roti, maar heel soms moet ik het gewoon eten. Een soort traumaverwerking denk ik.
Na een uur was mijn bestelling er nog niet en ik besloot ze te bellen. De bezorger was de weg kwijt. Binnen twintig minuten zou de roti mij bereiken. De man aan de telefoon bood zijn excuses aan. ‘Hij is gloednieuw,’ zei hij.
Na een uur werd ik behoorlijk pissig; ik had nog meer te doen en ik wilde gewoon eten, dus belde ik het restaurant met de mededeling dat ik de roti niet meer wilde hebben. Ik geloof zelfs dat ik zei: ‘Ik heb er geen zin meer in,’ en dat schoot de man aan de telefoon in het verkeerde keelgat.
Hij zei: ‘Meneer, u moet luisteren. Binnen twintig minuten is de bezorger bij u.’
‘Ik heb het gehad,’ fluisterde ik.
Toen zei hij: ‘U hoeft niet te betalen. U mag een kleine fooi geven, maar u hoeft niet te betalen.’
Na twintig minuten stond de gloednieuwe bezorger voor mijn deur. Hij had een brede grijns en sandalen aan zijn voeten.
Ik zei geen woord en gaf hem twee euro.

Gisteren belde mijn broertje met de mededeling dat de nieuwe bezorger van het restaurant bij het afgeven van zijn bestelling iets raars had gezegd.
‘Wat dan?’ vroeg ik, ‘en was hij op tijd?’
‘Ja hij was op tijd. Hij zei: “Uw broer is beroemd.”’
‘Wat?’ vroeg ik.
‘Ja dat snapte ik ook niet, maar toen zei hij: “Hij was op televisie.”’

Advertenties


In het Griekse restaurant werkte een ober die weinig plezier in zijn leven leek te hebben. Steeds zuchtte hij diep en aanstellerig en na het opnemen van onze bestelling probeerde hij grapjes te maken, maar kon zich er niet toe zetten er op de juiste manier bij te kijken, dus kregen we het idee dat hij ons aan het beledigen was.
Toen ik voorzichtig om mayonaise vroeg, stond hij een tijdje stil, schudde zijn hoofd en vroeg toen: ‘Mayonaise, meent u dat nou?’
We knikten beiden en ik vroeg wat er zo raar aan was.
‘Bij een Griekse maaltijd mayonaise, dat hoort niet, dat is niet Grieks!’ zei hij en bleef maar zijn hoofd schudden.
Totale onzin, want in de tijd dat ik in Athene woonde had ik al gezien dat mayonaise daar vrijwel net zo populair was als hier. Ik dacht nog: arme man, zolang van huis, straks kom je terug en zie je overal mayonaise, maar ik zei natuurlijk geen woord. Mijn vriendin wel, die mompelde: ‘De Clercqstraat is ook niet Grieks.’
We kregen mayonaise.
Bij het afruimen van de borden stond de ober weer een moment stil en schudde zijn hoofd. ‘Alles is op,’ zei hij en wees verbaasd naar onze lege borden.
‘Ja,’ zeiden wij, ‘het was heel lekker.’
‘Hebben jullie de hele dag niet gegeten ofzo?’ vroeg hij en liep meteen weg.
Mijn vriendin geeft graag exorbitante fooien. Alleen al als ze ergens een koffie drinkt geeft ze een fooi die ongeveer gelijk staat aan de helft van de kop koffie. Ik zie dat als schuldgevoel, en toen ik voorstelde de ober helemaal geen fooi te geven (‘Geen cent krijgt die man,’ fluisterde ik), zei ze dat hij dan zou denken dat we gierig zijn.
‘Juist niet, dan weet hij dat hij iets niet goed doet,’ fluisterde ik. Mijn schaamte is de laatste jaren steeds minder geworden, en hoewel ik nog steeds niemand iets recht in zijn of haar gezicht durf te zeggen, en op de fiets nog altijd als eerste pardon zeg als iemand mij bijna dood rijdt, voel ik me in de horeca steeds sterker.

clubmed

Lees over mijn ervaringen als ober in een all-inclusive resort op Kraai dus, klik