Skip navigation

Category Archives: Amsterdam

Amsterdam, stad in Nederland

16711685_497284457326119_7077157807481732182_n

1 april zal ik bij Athenaeum boekhandel Roeterseiland geïnterviewd worden door Tim de Gier over mijn nieuwe roman Daar komen de vliegenTijdens dit evenement kunt u een gesigneerd boek kopen, en krijgen bezoekers een cadeau van mij: Een biljet van 100 dollar Dat is geen 1 april grap, dat is pure ernst.

Aanmelden is gewenst en kan via dit email-adres. Toegang is gratis, dus tel uit je winst.

Advertenties

1947525_10152207333060219_69050091_n

JI2A0706

Birth
Birth2

Tijdens de uitreiking van de Gouden Boekenuil 2012 bracht ik ongeveer twee woorden uit en ook nog met grote moeite; ik was lamgeslagen van verbazing en had niets voorbereid en dat terwijl mijn redacteuren me een week daarvoor nog vroegen of ik al een speech had. Ik moest daar om lachen. Als ik net als Afth. van der Heijden vier dagen van te voren had geweten dat ik zou winnen had ik graag ter plekke een aantal mensen bedankt, dus nu alsnog, hier: Mai Spijkers van Uitgeverij Prometheus, voor zijn geloof in mijn werk en zijn nimmer aflatende financiële steun, Marscha Holman en Job Lisman voor hun goede zorgen tijdens de redactie, mijn vader die er voor zorgde dat ik in Griekenland ondanks alles onbezorgd kon blijven schrijven (en eten en drinken), mijn broer die altijd met goed advies kwam en in moeilijke tijden altijd voor me klaar stond en staat, mijn zusje dat mij (goddank) nooit in de steek liet terwijl er soms reden genoeg voor was, mijn moeder die altijd in mij bleef geloven net als mijn grootmoeder die dit jaar overal minder de dupe van werd (ik zeg dit even namens haar, maar neem aan dat ze het zo zou kunnen zeggen, ik leen de laatste maanden steeds minder geld voor pakjes sigaretten) en tot slot Eva die tijdens het tweede deel van het schrijfproces in mijn leven kwam en later ook weer verdween, altijd absurd kritisch was – iets waar ik tot haar grote ergernis nooit enige boodschap aan heb gehad, maar toch, het hielp tegen mijn ongehoorde luiheid en wakkerde een raar soort vechtlust aan.

In het Parool van vandaag schreef Theodor Holman in zijn column over Het Voorseizoen

Literaire thriller

Dat ik behoorlijk verbrand ben, is de schuld van een Nederlandse schrijver: David Pefko. Ik had nog nooit van hem gehoord, maar ik heb zijn boek Het voorseizoen van mijn dochter gekregen. Die dochter werkt bij de uitgever van het boek en dus kan men mij van corruptie beschuldigen. Dat mag, en als men dat doet, zal mijn enige verdediging zijn: lees dat boek. Ik denk dat het overal minimaal vijf sterren en menige literaire prijs zal krijgen.

Ik begon het boek gisterochtend op het strand in Senigallia met tegenzin te lezen – ik had al mijn andere boeken uit – en legde het twaalf uur later weg, Was dit een Nederlandse auteur? Had ik niet een boek van een Engelsman gelezen? Maar inspecteur Steve Mellors, die in Leicester werkt, was zo schitterend ‘getekend’.

Zelden ook heb ik zo’n spannend boek gelezen. Een samenvatting zou het boek geen recht doen – en ik ben dan ook geen recensent – maar ik las het boek van een man die constant op zoek is naar het goede, maar daartoe het vermogen of de intelligentie mist, en die op het enige moment dat hij juist moet handelen, dat niet doet.

Het knappe van de auteur is dat je als lezer dezelfde beslissingen zou nemen en dus in feite medeschuldig bent aan alles wat inspecteur Steve Mellors overkomt. Het is een rijk boek. Dit is nu wat ik onder een werkelijk literaire thriller versta.

Je wordt van het ene dilemma naar het andere gevoerd, van de ene verschrikking naar de andere, en tegelijkertijd ga je door een storm van emoties. Van onbegrip, naar ontroering, van woede naar compassie, van haat naar bezorgde liefde.

Genoeg hierover. Lees Het voorseizoen, mijn tip voor deze vakantie.

(Gijs van de Westelaken, Dave Schram, Eddy Terstall, Martin Koolhoven, volg mijn tip: koop de filmrechten van dit boek! Ik betaal mee.)
Ik wilde eigenlijk over de Noorse schutter schrijven, maar dat zal ik morgen doen.”

Drie weken geleden bestelde ik een roti pittig gehakt met een extra pannenkoek bij een bezorgrestaurant in de Amsterdamse Zeilstraat. Al zeker sinds mijn zevende is mijn voltallige familie daar klant, al moet ik er wel even bij zeggen dat ik sommige familieleden niet meetel als familie, omdat ze zich de laatste jaren als schoften hebben gedragen.
Mijn broertje is grootaandeelhouder en mijn grootmoeder heeft via dit restaurant de Surinaamse keuken leren kennen en waarderen.
Ik ben niet zo gek op roti, maar heel soms moet ik het gewoon eten. Een soort traumaverwerking denk ik.
Na een uur was mijn bestelling er nog niet en ik besloot ze te bellen. De bezorger was de weg kwijt. Binnen twintig minuten zou de roti mij bereiken. De man aan de telefoon bood zijn excuses aan. ‘Hij is gloednieuw,’ zei hij.
Na een uur werd ik behoorlijk pissig; ik had nog meer te doen en ik wilde gewoon eten, dus belde ik het restaurant met de mededeling dat ik de roti niet meer wilde hebben. Ik geloof zelfs dat ik zei: ‘Ik heb er geen zin meer in,’ en dat schoot de man aan de telefoon in het verkeerde keelgat.
Hij zei: ‘Meneer, u moet luisteren. Binnen twintig minuten is de bezorger bij u.’
‘Ik heb het gehad,’ fluisterde ik.
Toen zei hij: ‘U hoeft niet te betalen. U mag een kleine fooi geven, maar u hoeft niet te betalen.’
Na twintig minuten stond de gloednieuwe bezorger voor mijn deur. Hij had een brede grijns en sandalen aan zijn voeten.
Ik zei geen woord en gaf hem twee euro.

Gisteren belde mijn broertje met de mededeling dat de nieuwe bezorger van het restaurant bij het afgeven van zijn bestelling iets raars had gezegd.
‘Wat dan?’ vroeg ik, ‘en was hij op tijd?’
‘Ja hij was op tijd. Hij zei: “Uw broer is beroemd.”’
‘Wat?’ vroeg ik.
‘Ja dat snapte ik ook niet, maar toen zei hij: “Hij was op televisie.”’

Mijn broertje werkt bijna zeven dagen per week en meestal ook nog op elke feestdag. Als ik hier een voorzichtige opmerking over maak – omdat hij vaak erg bleek ziet – zegt hij dat hij op deze manier in sneltreinvaart aan de top zal belanden en ‘rich like a bitch’ wordt.

Vroeger al wilden wij aan de top komen, in ons geval aan de top in de Amsterdamse onderwereld, maar voor ons beiden is dat veranderd. Eerst omdat we nogal wat onvoorziene obstakels tegenkwamen en nu omdat we allebei functies bekleden waarin je je moeilijk kunt bezighouden met topcriminaliteit. Heel soms lonkt het nog, bijvoorbeeld als we ergens een handeltje ruiken, maar meestal weet ik iets te zeggen als: ‘Hebben we niet meer nodig’, en roept mijn broertje weer: ‘I am rich like a bitch!’

Op Koninginnedag zag mijn geliefde een mok staan in een stalletje in de Beethovenstraat.

‘The Don’ stond erop in grote gouden letters. De mok was gigantisch groot.

‘Dat is wat voor je broertje,’ zei ze en dat was waar; mijn broertje noemt zichzelf graag ‘the Don’ of ‘The boss’, ook wel eens: ‘The ruler’

Dat kwam omdat hij vroeger elke dag naar The Godfather keek, soms stond deel 2 gewoon de hele dag op repeat, maar op Koninginnedag, toen ik hem de mok overhandigde, besefte ik dat hij in zijn werk wel degelijk de baas was geworden. ‘Wij moeten een bord naar binnen brengen,’ zeiden twee van zijn personeelsleden op nederige toon, waarop mijn broertje een klein knikje gaf en de twee het bord naar binnen droegen. Daarna kregen ze nog een knikje, en streek hij tevreden over zijn pak.

Gisterenavond kreeg een sms van hem. Dit stond erin:

“The Don is graciously expressing his

gratitude for the quality mug. The

Don has drank a nice quality

beverage from the Don mug and the

Sausage is delicious.

From the Quality Don

The 25 years– in a row, most quality

beef producing, hi-end earner, true

Boss, underground king, champion

This world has ever seen! The

founder of the quality beef rights

movement”

De etalage van Athenaeum boekhandel op het Amsterdamse Spui staat deze week en de komende in het teken van drank, fast-food en gecensureerde porno; Het Voorseizoen ligt in de winkels, natuurlijk ook bij u in de buurt.


Toen ik vanavond een film wilde gaan huren bij de videotheek om de hoek, zag ik dat overal op de ramen vellen papier hingen met schreeuwerige teksten. Enorme kortingen werden er gegeven. Dat is niets nieuws, deze videotheek heeft er een handje van, maar dit keer was het serieus. ‘Na 32 jaar gaan onze winkels dicht!’ stond er met hysterische letters op een rood vel geschreven. Op de deur hing een exemplaar met daarop: ‘Winkelruimte te huur.’
Ik liep rustig naar binnen, en tot mijn grote blijdschap stond de man met de paardenstaart achter de balie. De laatste weken stond er bijna elke dag een oudere man die zeven dagen per week dezelfde beige kabeltrui droeg en heel vreemd uit zijn mond rook. Om eerlijk te zijn naar stront, wat meestal duidt op ernstige maag en darmproblemen, of rare hobby’s waar ik niets van wil weten, dus zorgde ik voor bliksembezoeken, waardoor de verkoper geen kans kreeg om een woord tegen me zeggen.
‘Jullie gaan weg,’ zei ik tegen de balie geleund.
‘Ja…,’ zei de man met de staart, ‘na 32 jaar houden we ermee op.’ Hij haalde zijn schouders op.
‘En wat ga je nu doen?’
‘Ik verhuis naar Arnhem, ik heb daar een huis gekocht. Véél goedkoper dan in Amsterdam. Zo goedkoop zelfs dat het helemaal niet meer uitmaakt of ik nou wel of geen baan heb.’
‘En wat komt hier?’
‘Ik denk een Turkse groenteman, of een Islamitische slagerij,’ zei hij met een brede grijns, en ja, dat vind ik altijd prachtig. Zulke dingen zitten bij sommige mensen erg diep, dus reageerde ik met: ‘Ohjee.’
‘Ja, ja,’ zei hij.
Ik zocht een paar dvd’s uit, die ik tegen de huurprijs mocht kopen, en dacht aan de enorme boetes die ik hier in het afgelopen jaar had betaald. Ik ben altijd te lui om een dvd terug te brengen, en als ik al te laat ben laat ik er liever nog een dagje overheen gaan, en vaak nog een, vraag me niet waarom. Als de boete echt te hoog is geworden hou ik de dvd’s in mijn bezit en wissel ik van videotheek.
‘Nou dat was het dan,’ zei ik bij het afrekenen.
‘Ja, helaas,’ mompelde de man met de paardenstaart terwijl hij druk door de bakken dvd’s bladerde.
‘Alles verdwijnt,’ zuchtte ik.
Hij zuchtte diep en schudde zijn hoofd. ‘We hebben een probleem, ik kan een van je films niet vinden, hij is verdwenen.’
‘Welke?’ vroeg ik.
Tot mijn verdriet hield hij de hoes Submarino van Thomas Vinterberg omhoog, naar mijn mening absoluut de beste film van vorig jaar.
‘Ook dat nog,’ mompelde ik.